Identiteit
 Historiek
EN BEETJE PLAATSELIJKE GESCHIEDENIS (1)

Het Land van Sault kende belangrijke prehistorische nederzettingen vanaf het middelste Paleolitische tijdperk ( de periode van Moustier, grot van Aubusier ) tot het meer recentere Neolithische tijdperk ( de nederzettingen van: Deffends – Oratoire – Buan – Meni – Aven des Fourches ).
Voor de komst van de Romeinen werden de landen van Sault en van Albion bezet door een primitieve volksstam, genaamd de Albici/Albiens/Albiques. Vermoedelijk was hun hoofdplaats gevestigd vlakbij Apt, nl. in het oppidum van Péréal.
Wanneer Julius Cesar, in zijn strijd tegen Pompeï, in 49 voor Christus, Marseille liet belegeren, waren de Albici de enigen, zo schreef hij, om Marseille ter hulp te snellen. En hij voegde eraan toe: “ ….. Deze Albiens dienen nauwelijks in waarde onder te doen voor onze eigen troepen….”.
Bestuurlijk afhankelijk van Apta Julia, zal de regio Sault ( Saltus ) zich al heel snel ontwikkelen onder de pax Romana in de bloeiperiode van het Romeinse keizerrijk. Ook de valleien van de Toulourenc, de Anary, de Jabron, de Cavalon en de Large komen tot bloei met de inplanting van grote landelijke domeinen ( villae ). Deze villae zullen verlaten worden tijdens het latere Romeinse keizerrijk met de invallen van de barbaren. Eerst de Wisigoten ( van de 5de tot de 7de eeuw ), nadien de Burgonden, de Ostrogoten ( 508 ), de Lombarden ( 576 ), dan één eeuw later, de Saracenen, die allen zullen bijdragen tot de verovering en de vernietiging van het Romeinse keizerrijk en in opeenvolgende golven de Provence en het grootste deel van de Haute-Provence zullen inpalmen.
Gedurende deze woelige periodes vormt het Land van Sault een toevluchtsoord voor de inwoners van de steden die onder de voet werden gelopen. De streek en de omliggende bergen kennen een intense aktiviteit en worden, zoals Fernand BENOIT het omschrijft: “ ….een conservatorium voor het ras en de “tradities”…..”.
Aan het begin van de herfst van 859 zal Charles de 1ste, koning van de Provence, achterkleinzoon van Karel de Grote, opgejaagd door de Noormannen die de vallei van de Rhône en de Beneden-Provence bezetten, en die oprukken via de Durance, zijn toevlucht zoeken in Sault. Vergezeld van 10 bisschoppen, van alle groten van zijn rijk en van de Volksvergadering, zal hij van hieruit de herovering van zijn koninkrijk organiseren.
Tot voor een tiental jaren terug werd algemeen aangenomen dat de eerste telg uit het geslacht d’Agoult, toen maarschalk van het rijk, het leengoed van Sault ontvangen zou hebben uit de handen van Keizer Henri de 2de in de loop van de 11de eeuw. Recent ontdekte documenten laten evenwel toe met zekerheid te stellen dat Mayeul, abt van Cluny, die later heilig verklaard zal worden, de nonkel was van Humbert, stichter van het huis van d’Agoult. Deze mannelijke afstammelingen van Humbert - “ van Romeinse afkomst “ zoals in 909, Foucher, vader van de Heilige Mayeul, het verduidelijkte - zullen gaan heersen over de landen van Sault en Apt en dit gedurende vrijwel de ganse middeleeuwen.

De souvereiniteit van Sault en zijn vallei wordt bevestigd ten gunste van Isnard de 1ste, ook Isnard d’Entrevennens d’Agoult genoemd, door authetieke brieven te Spire op datum van 25 januari 1204.
Het is ten gunste van François d’Agoult dat Karel de 9de per brief op 22 april 1561 alle leengoeden en achterleengoeden in het bezit van de Heer d’Agoult toevoegt aan de baronie van Sault en het tot een graafschap verheft. Hierdoor wordt Sault een aanlokkelijke heerlijkheid.
Bij de onverwachte dood in 1613 van Chrétienne d’Aguerre, weduwe van François d’Agoult, gaat het graafschap over van de familie d’Agoult op deze van de Créquy-Lesdiquières. Vervolgens komt het graafschap in 1703 in handen van Louis Nicolas de Neufville, hertog van Villeroy.
Op 25 juni 1793 wordt overeenkomstig de conventie, het departement van de Vaucluse opgericht, samengesteld uit Avignon, het graafschap Venaissin, de Prinsheerlijkheid van Orange, de sector met rechtsbevoegdheid van Apt en het graafschap Sault.
En op “ 9 floréal an II “( de 9de van de 8ste maand, van het 2de jaar volgens de republikeinse kalender of 28 april 1794 ) werd Louis Gabriel de Neufville de Villeroy, laatste graaf van Sault ter dood veroordeeld door het Revolutionaire Tribunaal te Parijs. Hij werd geëxecuteerd dezelfde dag of de volgende.
Gedurende W.O. II werd het Land van Sault een toevluchtsoord voor vele vaderlandslievenden en wordt het centrum van ondergronds verzet “Maquis-Ventoux” opgericht, hiermee aanknopend met een duizendjarige traditie.
In augustus 1944, tijdens hevige gevechten tussen de Franse binnenlandse strijdkrachten en het Duitse leger, leed de stad Sault onder represailles en werd hiervoor gedecoreerd met het Legerkruis met de ster van Vermeil, met een vermelding op de dagorder van het legerkorps.

(1) Overgenomen voor het grootste deel uit het werk “ Val de Sault et Pays d’Albion”, uitgegeven door Les Alpes de Lumière;” Travaux et recherches” van de heren Pierre MARTEL en Guy BARRUOL en van de ”Dictionnaire des Communes de Vaucluse” van Robert BAILLY.





Bovenaan de pagina  I onthaalpagina I Contact I inexine